3. print('reptiel of zoogdier?')
diersoort = input()
if diersoort == 'reptiel':
print('legt', 'een', 'ei')
else:
print('geeft', 'melk')
---
Input: reptiel
4. print('reptiel of zoogdier?')
diersoort = input()
if diersoort == 'reptiel':
print('legt', 'een', 'ei')
else:
print('geeft', 'melk')
---
Input: zeptiel
5. print('Nederlands of Engels')
taal = input()
if taal == 'Engels':
print('Hello', 'good morning!')
else:
print('Hallo', 'goedemorgen!')
---
Input: engels
6. print('Nederlands of Engels')
taal = input()
if taal == 'Engels':
print('Hello', 'good morning!')
else:
print('Hallo', 'goedemorgen!')
---
Input: Engels
7. print('Nederlands of Engels')
taal = input()
if taal == 'Engels':
print('Hello', 'good morning!')
else:
print('Hallo', 'goedemorgen!')
---
Input: English
2) Er zijn vijf dingen heel belangrijk bij een if-else. Schrijf er zoveel mogelijk op in je schrift.
3) Nu maak jij de if-else zelf.
We gaan steeds de goede dierengeluiden printen. Deze horen bij elkaar:
hond - waf
kat - miauw
kikker - kwak
eend - kwek
koe - boe
varken - oink
Wat moet er op de puntjes? Alleen dat hoef je in je schrift te schrijven.
1. print('hond of kat')
dier = input()
if dier == 'hond':
print(...)
else:
print('miauw')
2. print('hond of kat')
dier = input()
if dier .. 'hond':
print('waf')
else:
print('miauw')
3. print('koe of varken')
dier = input()
if dier == ...:
print('boe')
else:
print('oink')
4. print('koe of kikker')
dier = input()
if dier == ...:
print('boe')
else:
print(...)
Einde werkblad! Ben je klaar, leg dan je schrift bovenaan op je tafel.
Fouten bij if-else
1) Fout of niet? Lees de code plus invoer. Voorspel of er een fout komt, of niet.
Komt er een fout, schrijf dan in je schrift: FOUT. Komt er geen fout, schrijf dan op wat de code print.
Voorbeeld:
print('Nederlands of Frans')
taal = input()
if taal == 'Nederlands':
print('Hallo')
else:
print('Bonjour')
---
Input: Frans
De code print Bonjour.
Voorbeeld:
print('Nederlands', 'of', 'Frans')
taal = input()
if taal == 'Nederlands'
print('Hallo')
else:
print('Bonjour')
---
Input: Frans
De code is FOUT, want de eerste regel mist een :.
Nu jij!
1. print('Nederlands of Frans')
taal = input()
if taal == 'Nederlands':
print('Hallo')
else
print('Bonjour')
---
Input: Frans
2. print('Nederlands of Frans')
taal = input()
if taal = 'Nederlands':
print('Hallo')
else
print('Bonjour')
---
Input: Nederlands
3. print('Nederlands of Frans')
taal == input()
if taal = 'Nederlands':
print('Hallo')
else:
print('Bonjour')
---
Input: Frans
4. print('Engels of Frans')
taal = input()
if taal == 'Engels':
print('Bonjour!')
else:
print('Hello!')
---
Input: Engels
5. print('Duits of Nederlands')
taal = input()
if taal == 'Duits':
print('Gutenabend!')
else:
print('Goedeavond!')
---
Input: Duits
6. print('Duits of Nederlands')
taal = input()
if taal == 'Duits':
print('Gutenabend!')
else:
print('Goedeavond!')
---
Input: Nederlands
7. print('Duits of Nederlands')
taal = input()
if taal() == 'Duits':
print('Gutenabend!')
else:
print('Goedeavond!')
---
Input: Duits
2) Foutmeldingen lezen
Je krijgt steeds een foutmelding te zien. Wat is er mis?
1. if in_de_thee == 'suiker' ^
SyntaxError: invalid syntax
2. print('gieten')
^
IndentationError: expected an indented block
3. if input('melk of suiker?') = 'suiker':
^
SyntaxError: invalid syntax
4. if in_de_thee == 'suiker:
^
SyntaxError: invalid syntax
Einde werkblad! Ben je klaar, leg dan je schrift bovenaan op je tafel.