Les 2a

Aan het einde van de les kun jij:
  • 'commentaar' schrijven en herkennen
  • tekst opslaan in een variabele
  • een variabele gebruiken om een tekst meerdere keren te printen
  • voorspellen wat een code doet met een variabele erin
  • goede en foute print()-codes vinden met een variabele erin

Vorige week hebben we de print() opdracht gezien.
Een print() opdracht print een woord uit, als het tussen aanhalingstekens staat. Bijvoorbeeld zo:
print('Goedemorgen')
Je kunt ook meerdere woorden printen, bijvoorbeeld:
print('Goedemorgen', 'leerlingen', 'uit', 'deze', 'klas)
1) Welke van deze print() opdrachten print Goedemorgen uit?
Schrijf de goede code over in je schrift!
Tip: Let goed op de aanhalingstekens!
1. print Goedemorgen
2. print('Goedemorgen")
3. print(Goedemorgen)
4. print("Goedemorgen')
5. print('Goedemorgen')
2) Welke van deze print() opdrachten print Python is een programmeertaal uit?
Schrijf de goede code over in je schrift.
Tip: Let goed op, de goede code heeft:
  • Ronde haakjes
  • Een aanhalingsteken voor en na ieder woord
  • Komma's tussen alle woorden
Weet jij welke code goed is?
1. print('Python', 'is', 'een', 'programmeertaal')
2. print('Python', is, een, 'programmeertaal')
3. print('Python', 'is', 'een' 'programmeertaal')
4. print Python is een programmeertaal
5. print(Python is een programmeertaal)
3) Kies nu zelf een kort zinnetje om te printen. Bijvoorbeeld: 'Is het al pauze?'.
Schrijf de code voor het zinnetje in je schrift.
4) Wat is de fout?
Al deze codes zouden Hallo allemaal moeten printen maar dat doen ze niet. Wat gaat er mis?
Schrijf in je schrift wat de fout is.
1. prnt('Hallo', 'allemaal')
2. print('Hallo') print('allemaal')
3. print('Hallo' , allemaal')
4. print('Hallo' 'allemaal')
5. print 'Hallo allemaal'
6. prit('Hallo')
prit('allemaal')
Einde werkblad! Ben je klaar, leg dan je schrift bovenaan op je tafel

Je kunt Python ook codes laten overslaan met een hekje. Een hekje ziet er zo uit: #. Het hekje staat boven de 3 op je toetsenbord. Iedere regel die achter een hekje staat, wordt overgeslagen.
1) Er zijn drie redenen waarom je commentaar gebruikt in een programma. Schrijf die redenen in je schrift.
2) Hier staan drie codes en drie resultaten: de woorden die in beeld komen.
Welke code hoort bij welk resultaat?
Schrijf de codes over in je schrift, met het resultaat erachter. Bijvoorbeeld: print('test') > test
Let op: een van de drie codes geeft een fout.
Codes:
print('Hallo')
#print('Hallo')
print('Hallo')
#Hallo
print('Hallo')
print(#Hallo)
Resultaten:
  • Hallo
  • Hallo
    Hallo
  • Deze code geeft een fout.
3) Hieronder staan vier codes met commentaar erin. Wat printen deze codes uit?
Schrijf de uitvoer in je schrift.
print('Goedemorgen')
#print('leerlingen')
#goedemorgen, dit is een Pythonprogramma
print('Hallo', 'kinderen!')
print('Hallo', 'kinderen!') #je kunt twee woorden printen
print('Dit', 'is', 'Python!') #maar ook drie
print('Hallo')
print('leerlingen', 'uit', 'deze', 'klas')
Einde werkblad! Ben je klaar, leg dan je schrift bovenaan op je tafel

1) In Python kun je woorden zonder aanhalingstekens gebruiken. Dat zijn variabeles. Als Python een variabele tegenkomt gaat hij omhoog zoeken in het programma naar de definitie van de variabele. Dat betekent waar de variabele wordt ingesteld met een is-teken:
naam = 'Felienne'
Schrijf deze codes over. Zet een pijltje tussen het gebruik van een variabele en zijn definitie.
De variabele klas en een pijltje naar de definitie ervan
1. les = 'Coderen'
print('Welkom', 'bij', les)
2. doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo', doelgroep)
3. les = 'Coderen'
doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo' , doelgroep, 'dit', 'is', les)
2) Hieronder staan codes met een variabele erin. Wat print Python uit als we deze codes uitvoeren?
Schrijf de uitvoer in je schrift.
1. print('Hallo', 'allemaal')
2. doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo', doelgroep)
3. print('Hallo', )
4. les = 'coderen'
print('Hallo' 'leerlingen', 'bij', les)
Einde werkblad! Ben je klaar, leg dan je schrift bovenaan op je tafel.

Is de code goed of fout? Kijk goed of de variabele die gebruikt wordt wel gedefinieerd is.
  • Als de code fout is, schijf je Fout
  • Als de code goed is, schrijf je op wat er geprint wordt.
Voorbeeld 1)
naam = 'Felienne'
print(voornaam)
Deze code is fout, want voornaam bestaat niet. Dan schrijf je:
Fout
Voorbeeld 2)
doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo', doelgroep)
Deze code is goed, doelgroep is nu 'leerlingen'. Dan schrijf je:
Hallo leerlingen
Nu jij!
1. doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo', naam)
2. doelgroep = 'leerlingen'
print('Hallo', 'leerlingen')
3. achternaam = 'Hermans'
print('Hallo', 'mevrouw', Hermans)
4. tijd_op_klok = 'half 9'
print('Het', 'is', tijd_op_klok)
5. les = 'coderen'
print('Hallo', 'leerlingen', 'van', les)
6. print(Goedemorgen)
7. tijd = 'half 9'
print('Het', 'is', 'tijd')
Last modified 1yr ago
Copy link
On this page
Variabelen
Even opfrissen!
Commentaar
Waardes zoeken
Naam niet gedefinieerd