Les 7a

Code lezen met een functie erin

Hier onder staan programma's met een functie-definitie erin. Lees de code en schrijf op het vel wat er uit de code komt.

Lukt dat meteen al! Super? Lukt dat niet meteen? Dat geeft niks. Volg dan deze stappen, zoals we ook op de slides hebben gezien:

  • Begin boven aan

  • Lees de regels stap voor stap.

    • Staat er een def?

      • Python slaat de code op en doet niets.

    • Staat er de naam van een functie?

      • Lees omhoog tot je de functienaam ziet.

      • Voer de regels uit in de functie

      • Dat zijn de regels die ingesprongen zijn

      • Klaar met de functie? Ga terug naar de plek van vertrek.

Regels aanstrepen die je al hebt gehad helpt erg!

1)

def hallo():
    print('Hallo')

hallo()
print('Jij ook hallo!')
print('Ik zeg liever hoi')
hallo()

2)

def jacob():
    print('Vader Jacob, vader Jacob')
    print('Slaapt gij nog? Slaapt gij nog')
    print('Alle klokken luiden, alle klokken luiden')
    print('Bim bam bom, bim bam bom')

jacob()
jacob()

3)

def negen():
    print('Drie keer drie is negen')

negen()
print('Ieder zingt zijn eigen lied')
negen
print('Jason zingt zijn lied')

Code maken met een functie erin

1) Hier staat code waarin meerdere keren hetzelfde gebeurt.

print('Twinkle, twinkle, little star')
print('How I wonder what you are')
print('Up above the world so high')
print('Like a diamond in the sky')
print('Twinkle, twinkle little star')
print('How I wonder what you are')

Maak er een functie van. Volgt deze stappen:

  1. [In de code boven] Omcirkel de code die herhaald wordt.

  2. [In de code onder] Maak een functie van de omcirkelde code op de aangegeven plaats. Dat is bij de **

  3. [In de code boven] Kijk goed welke regels er omcirkeld zijn. Die vervang je onder door de functieaanroep.

  4. [In de code onder] Schrijf code die precies hetzelfde uitprint als de code hier boven, maar dan met de functie twinkle().

def twinkle():
  **
​
​
​
​
​
​

2)

print('Schaapje, schaapje, heb je witte wol?')
print('Ja baas, ja baas, drie zakken vol.')
print('EÊn voor de meester')
print('en ÊÊn voor zijn vrouw,')
print('ÊÊn voor het kindeke')
print('dat bibbert van de kou.')
print('Schaapje schaapje heb je witte wol?')
print('Ja baas, ja baas, drie zakken vol.')
#schrijf je code hier:
​
​
​
​
​
​
​
​
​

3)

Last updated